Roken is geen arbeidsvitamine

Dit artikel is verschenen op 14 oktober 2015 in de Volkskrant, door: Jarl van der Ploeg.

De campagne Stoptober richt zich dit jaar op de rokende werknemer. Vergeten door de werkgever, bron van ergernis bij de niet-rokende collega en nog vaker ziek ook.

Het mag niet meer tijdens het reizen, niet tijdens het eten, niet tijdens het drinken en, naar gelang de partnerkeuze, ook niet meer thuis. Bovendien leeft de roker korter, kucht hij vaker en stinkt-ie. Zijn imago is naar de ratsmodee getuige ook de proef bij Albert Heijn waarbij al het tabakswaar vanuit een gesloten kast vanachter de balie wordt verkocht, alsof het geen supermarkt, maar een methadonkliniek betreft.

De slag is gewonnen, zou je zeggen. Rokers zijn een stervend ras. Nee, de strijd is nog niet gestreden. Dat blijkt wel uit de campagne Stoptober, die deze maand voor de tweede maal wordt gehouden. Het is een gezamenlijk initiatief van het Longfonds, de Hartstichting, KWF kankerbestrijding, het ministerie van VWS, Alliantie Nederland rookvrij, het Trimbos Instituut en GGD Ghor Nederland.

Volgens de instanties is de tijd rijp om rokers nog een bastion af te nemen, namelijk dat snelle, stress-verlichtende sigaretje tijdens het werk. Roken als arbeidsvitamine, aldus de tegenstanders, zou passé moeten zijn.

‘Roken staat met stip op één als grootste ziekmaker’, legt longarts Pauline Dekker van het Rode Kruis Ziekenhuis in Beverwijk uit. Zij is een van de belangrijkste aanjagers achter Stoptober. Eerder maakte ze zich al kwaad over de invloed van de tabakslobby. Nu richt ze haar aandacht op het roken onder werktijd. Want ook werkgevers hebben een taak bij het zo gezond mogelijk houden van hun mensen, vindt Dekker.

Zuivere werktijd
‘Rokers zijn veel vaker en veel langer ziek dan niet-rokers’, zegt ze. ‘Een op de vier sterft zelfs voor zijn pensioenleeftijd aan de gevolgen van roken. Roken zorgt bovendien voor irritaties bij niet-rokende collega’s. Als je uitgaat van één sigaret elke twee uur, werken rokers vanwege die extra pauze’s drie weken per jaar minder.’

Het is inderdaad een bekende ergernis: waarom mag de kettingroker tien minuten per uur uitrusten, terwijl ik het met slechts een half uur lunchpauze moet doen? Alsof een verslaving je extra rechten geeft. Het sluiten van alle rookhokken is precies daarom een win-win-win-win-situatie, stelt Dekker. Minder schoonmaakkosten in de rookruimte, minder ziekteverzuim, minder longkanker en minder scheve blikken onderling.

Tijdens de huidige editie van Stoptober maant voetbalclub FC Utrecht de eigen werknemers bijvoorbeeld te stoppen met roken, mede omdat het bedrijf Zorg van de Zaak dat als voorwaarde stelde voor een sponsorcontract, legt woordvoerster Anouk-Aimée Lilipaly uit.

Voer voor discussie
Maar ook buiten georkestreerde initiatieven als Stoptober is het thema voer voor discussie. Bijvoorbeeld toen scheepsbouwer IHC Merwede in 2012 een rookverbod instelde. De voorstanders hadden de overhand, maar er waren ook verrassend veel tegenstanders.

Meneer Regoord uit Capelle aan den IJssel bijvoorbeeld, in een ingezonden brief: ‘Een werkgever heeft geen zeggenschap over hoe iemand zijn leven wil inrichten. Straks controleren ze aan de poort hoe gezond het beleg op je brood is en of je met de auto of fiets komt. Het heeft niets met gezondheid te maken, het gaat om de productie.’

En, zo vroegen de critici zich af, wat is eerlijkheid op de werkvloer überhaupt waard? Sommige collega’s melden zich ziek bij alleen al de aanzet tot een snotneus terwijl anderen blijven doorbuffelen tot ze veertig graden koorts hebben. En wat te doen met die collega die altijd aan het kletsen is? Als je roken aanpakt vanwege een zorgplicht, moeten werkgevers dan ook geen suikerverbod instellen om zo overwicht aan te pakken?

Privéaangelegenheid
Het zijn vragen die eerst een antwoord verdienen voordat een definitief verbod er daadwerkelijk zal komen. Uit een recente enquête van PanelWizard onder zo’n vijfhonderd leidinggevenden bleek bovendien dat 70 procent nooit met de werknemers over hun rookgedrag praat.
Roken, zo is de redenering, is een privéaangelegenheid en dus niet de verantwoordelijkheid van de baas. Dat is ook iets wat woordvoerders van werkgeversorganisatie VNO-NCW en MKB Nederland benadrukken. De verantwoordelijkheid voor roken ligt bij de werknemer, niet bij de werkgever.

Toch is het niet ondenkbaar dat het tot strengere regels komt. Elders in de wereld worden immers de nodige stappen gezet. De Verenigde Staten zijn voorloper, maar ook in Europa huis gebeurt het nodige. Zo moeten ambtenaren in Wallonië, in navolging van Italiaans overheidspersoneel, eerst elektronisch uitchecken voor ze een sigaret opsteken. De tijd die ze buiten verblijven, wordt verrekend met hun salaris.

In Vlaanderen, waar ambtenaren niet voor de hoofdingang mogen roken omdat het de reputatie van de overheid schaadt. Dit gedrag vormt wel de oorsprong van het Vlaamse woord van het jaar 2011: stoeproken.

Eerst draagvlak, dan verbod
‘Natuurlijk kun je als werkgever allerlei dingen aanpakken’, zegt longarts Dekker. ‘Rugklachten, overgewicht, noem maar op. Maar als je kijkt naar wat het meest ziekmakend is in het leven, dan kom je heel snel uit bij het roken. Dus mijn oproep: pak toch vooral dat aan als werkgever.’
Dekker denkt niet dat het verstandig is om direct de regels aan te passen, ‘want ook mijn haren gaan overeind staan van het woord verbod. Je moet eerst draagvlak creëren. Leg dus uit waarom je doet wat je doet, waarom je wilt ontmoedigen en biedt hulp bij het stoppen met roken. Pas wanneer dat draagvlak er is, kun je nadenken over een echt, landelijk verbod. Maar op den duur zou het zeker verstandig zijn.’

Download hier het artikel in PDF