Zó werkt Gemeente Noardeast-Fryslân aan preventie en versterken
In het kort
- Gemeente Noardeast-Fryslân wilde verzuim niet alleen begeleiden, maar vooral voorkomen. Daarom zetten ze niet alleen op preventie maar het versterken van medewerkers.
- Het verzuim bij de gemeente is lager dan het gemiddelde van 7,1% voor Nederlandse gemeenten, zoals vermeld in de Personeelsmonitor Gemeenten 2025 van A&O fonds Gemeenten.
- Door organisatorische wijzigingen, fusies en ontvlechtingen was het overzicht ver te zoeken. Medewerkers stonden niet meer duidelijk op het vizier van de leidinggevende er was niet altijd ruimte om in gesprek te gaan over wat medewerkers nodig hebben om lekker te kunnen werken.
- De gemeente investeerde in sociale veiligheid, het vroeg signaleren van mentale overbelasting, eigen regie bij leidinggevenden en een prominente rol voor de praktijkondersteuner bedrijfsarts.
- Een kwart van de spreekuren was preventief, wat laat zien dat medewerkers en leidinggevenden ondersteuning weten te vinden voordat verzuim ontstaat.
- Het aandeel begeleide verzuimdagen door psychische klachten ligt lager dan gemiddelde binnen de gemeentelijke sector onder Zorg van de Zaak-klanten.
- Volgens arbocoördinator Mariska Veldhuizen begint een goede aanpak met een eerlijke nulmeting: kijk eerst wat je organisatie nodig heeft en welke ondersteuning daarbij past.
Werken bij een gemeente is betekenisvol. Medewerkers zetten zich dagelijks in voor hun inwoners en voelen zich vaak sterk verbonden met hun collega’s én de regio. Tegelijkertijd brengt die context ook uitdagingen met zich mee. Gemeenten hebben te maken met krapte op de arbeidsmarkt, vergrijzing, maatschappelijke spanningen en bestuurlijke wisselingen waardoor prioriteiten kunnen verschuiven.
Deze uitdagingen zijn ook herkenbaar voor Mariska Veldhuizen, arbocoördinator bij Gemeente Noardeast-Fryslân, een organisatie met ruim 600 medewerkers. In de dynamische context van het werk ligt de uitdaging vaak al vóór verzuim.
Mariska: “We zien dat mensen het steeds lastiger vinden om te voldoen aan de hoge normen die maatschappelijk aan ze gesteld worden. Een fantastische carrière, geweldig sociaal leven, een paar keer per jaar op vakantie. Dit brengt financiële en sociale druk. We zijn vergeten hoe we moeten ontspannen en herstellen. Gooi daar een portie Friese nuchterheid bovenop en medewerkers trekken vaak pas aan de bel als ze eigenlijk al te lang hebben gewacht.”
De Gemeente Noardeast-Fryslân kiest voor een preventieve aanpak die bestaat uit maatschappelijke thema’s op de agenda te zetten, mentale overbelasting eerder signaleren, eigen regie bij leidinggevenden stimuleren en de rol van de praktijkondersteuner bedrijfsarts (POB’er) vergroten.
De cijfers van Gemeente Noardeast-Fryslân passen bij het beeld van een organisatie die actief werk maakt van preventie en duurzame inzetbaarheid. Het verzuimpercentage van Gemeente Noardeast-Fryslân ligt ruim onder het gemiddelde van 7,1% voor Nederlandse gemeenten, zoals vermeld in de Personeelsmonitor Gemeenten 2025 van A&O fonds Gemeenten.
Ook ligt het aandeel begeleide verzuimdagen door psychische klachten lager dan het gemiddelde binnen de gemeentelijke sector onder Zorg van de Zaak-klanten én lager dan het totale gemiddelde binnen de Zorg van de Zaak-klantenpopulatie.
Maar, volgens Mariska laat de opbrengst zich niet alleen in cijfers uitdrukken: minstens zo belangrijk is wat er aan de oppervlakte gebeurt. Leidinggevenden die eerder signaleren, medewerkers die sneller aan de bel trekken, inzetbaarheid als standaard gespreksonderwerp. De verschuiving zit hiermee niet alleen in processen, maar ook in gedrag en cultuur.
Mariska: “We hebben de afgelopen jaren veel aandacht besteed aan het bespreekbaar maken van inzetbaarheid en de factoren die daar invloed op hebben. Dat onderwerp is onderdeel geworden van het dagelijkse gesprek en daar zien we nu de effecten van.”
Sociale veiligheid op de agenda
Sociale veiligheid heeft veel invloed op de inzetbaarheid van medewerkers. Binnen de gemeente is er beleid hoe om te gaan met ongewenste omgangsvormen, integriteit, misstanden en agressie. Medewerkers krijgen hier jaarlijks trainingen voor omgaan met agressie. Toch benadrukt Mariska dat een training alleen werkt als de cultuur binnen de organisatie dit ondersteunt.
“Een training werkt pas echt als medewerkers zich gesteund voelen door collega’s en leidinggevenden. Het moet voor iedereen duidelijk zijn dat de norm is dat agressie en ongewenst gedrag nooit acceptabel is”
De gemeente heeft aandacht besteed aan het zichtbaar maken de professionals van Gimd. Gimd biedt bedrijfsmaatschappelijk werk, een vertrouwenspersoon en traumaopvang en maakt net als Zorg van de Zaak deel uit van Colbe, van bedrijven die gespecialiseerd zijn in work wellbeing. Door het belang van bedrijfsmaatschappelijk werk te benadrukken, weten steeds meer medewerkers binnen de gemeente die dreigen te verzuimen of spanningen ervaren op het gebied van sociale veiligheid, de professionals te vinden.
Eerder signaleren van mentale overbelasting
Binnen de dynamische omgeving van een gemeente is het belangrijk om signalen van mentale overbelasting op tijd te herkennen. In de praktijk worden die signalen vaak pas zichtbaar wanneer iemand zijn of haar grens al heeft bereikt. Daarom richt Gemeente Noardeast-Fryslân zich steeds meer op het vroegtijdig signaleren van stress en overbelasting.
Mariska heeft de vaste kwartaal overleggen waarin langdurig verzuim casuïstiek werd besproken losgelaten en kiest voor thema overleggen.
“Casuïstiek verdient het om direct besproken te worden, en kan niet wachten op één keer per kwartaal. De professionals van Zorg van de zaak, zoals de POB als bedrijfsarts, zijn altijd beschikbaar om mee te denken en advies te geven”
Om dat te ondersteunen, werkt Gemeente Noardeast-Fryslân met kleinere teams en coördinatoren. Zij geven binnen clusters vorm aan de dagelijkse praktijk en zijn daardoor in staat om veranderingen in gedrag of welzijn sneller op te merken. Volgens Mariska is dat essentieel: “Als je niet ziet hoe het met je medewerkers gaat, helpen theorieën over eigen regie ook niet. Je moet weten wat er speelt.”
Een opvallend gegeven uit de beschikbare verzuiminformatie is dat het preventieve spreekuur relatief veel wordt benut. Op het moment van dit gesprek was er in het gemeten jaar een kwart van alle spreekuren bij de Gemeente een preventief spreekuur. Dat wijst erop dat medewerkers en leidinggevenden de weg naar ondersteuning weten te vinden voordat verzuim ontstaat.
De rol van leidinggevenden
Volgens Mariska spelen leidinggevenden een belangrijke rol bij het voorkomen van verzuim. Daarom investeert de gemeente in kennis en vaardigheden die hen helpen om signalen eerder te herkennen en het gesprek aan te gaan.
“In de ideale wereld hebben leidinggevenden doorlopend altijd het gesprek over inzetbaarheid met hun medewerkers”.
Mariska heeft een intern trainingsprogramma opgezet samen met een bedrijfsarts en POB’er van Zorg van de Zaak waarbij ze ‘begint bij de basics’. Leidinggevenden krijgen uitleg over de Wet verbetering poortwachter, het verschil tussen voorkomen en begeleiden van verzuim en het voeren van goede inzetbaarheidsgesprekken. Mariska: “Voor sommigen leidinggevenden is het gesneden koek, maar er ontstaat een mogelijkheid om vanuit intervisie te helpen en inspireren.”
De verantwoordelijkheid voor duurzame inzetbaarheid ligt trouwens ook bij medewerkers, de gemeente stimuleert hen om bewust na te denken over wat zij nodig hebben om gezond, gemotiveerd en met plezier aan het werk te blijven. De gemeente ondersteunt met programma’s rondom vitaliteit en inzetbaarheid, sessies over fysieke belasting, werkdruk en gesprekken met interne loopbaancoaches.
De rol van de praktijkondersteuner bedrijfsarts en bedrijfsarts
Naast bedrijfsartsen werkt Zorg van de Zaak ook met POB’ers. Daardoor hoeft niet iedere vraag direct bij een bedrijfsarts terecht te komen. Dat helpt om problemen breder te bekijken en niet meteen als een medisch vraagstuk te zien.
Voor Mariska ligt daarin de waarde van de POB’er. Verzuim, zeker verzuim door psychische klachten, gaat vaak ook over gedrag, keuzes, werk-privébalans, en andere (persoonlijke óf werkgerelateerde) omstandigheden. Door eerst goed te kijken welke vraag er ligt, kan de POB’er helpen demedicaliseren en het gesprek terug brengen naar inzetbaarheid.
Daarbij verwacht Mariska een actieve rol van leidinggevenden: “We willen dat leidinggevenden eerst nadenken: wat speelt er, welke gesprekken zijn al gevoerd en welke vraag willen we beantwoord krijgen?”
Leidinggevenden gaan eerst in gesprek met medewerkers voordat zij een POB’er of bedrijfsarts inschakelen. Zo wordt sneller duidelijk welke ondersteuning nodig is en kunnen gesprekken gerichter worden gevoerd.
Mariska vertelt dat medewerkers sinds dit jaar niet meer automatisch na twee weken, maar na vier weken opgeroepen worden voor een gesprek met de POB’er. Dat geeft meer ruimte om eerst samen in gesprek te gaan en passende stappen te zetten.
Mariska’s advies voor andere gemeenten
Welke tip heeft Mariska voor andere gemeenten die met dezelfde uitdagingen te maken hebben? Begin met een eerlijke nulmeting van je organisatie. Pas dan kun je bepalen welke ondersteuning nodig is.
Hoe goed zijn leidinggevenden toegerust voor hun rol? Hoe groot zijn de teams? En wat kun je redelijkerwijs van leidinggevenden verwachten als het gaat om verzuim, preventie en duurzame inzetbaarheid?
“Pas als je dat scherp hebt, kun je bepalen wat jouw organisatie nodig heeft,” vertelt Mariska. “Dan kun je ook beter kijken welke ondersteuning daarbij past en welke rol een arbodienst of andere partners kunnen spelen.”