DBA kan simpel

 

Het is afwachten welk alternatief er gaat komen voor de Wet DBA, die spelregels bevat voor het veilig inhuren van zzp’ers.

Na flinke kritiek zette staatssecretaris Wiebes deze wet in de koelkast. Dat leidt tot onzekerheid, zowel bij zzp’ers als bij werkgevers: kan men in de toekomst nog veilig met elkaar werken, zonder vrees voor fiscale naheffingen?

Dat kan zeker, want voor werkend Nederland is het alleen maar goed dat zelfstandig ondernemerschap goed geregeld wordt en dat schijnconstructies worden voorkomen. Zzp’ers zijn belangrijk bij vervanging van zieke werknemers, om pieken in de werkbelasting op te vangen of omdat de arbeidsmarkt krap is. Werknemers vervangen door goedkope ZZP-ers is een ongewenst neveneffect van regelingen die ondernemerschap van zelfstandigen stimuleren. Bovendien willen steeds meer mensen zelf over hun werk kunnen beslissen en dat kan als ZZP-er.

De nieuwe wet DBA stelt geen van belanghebbenden tevreden en slaat op punten de plank mis.
In de discussies komen een aantal randvoorwaarden voorbij waaraan de wet DBA wel zou moeten voldoen, namelijk:

  •  Geen onderbetaling zzp’ers en geen prikkels voor werkgevers om werknemers te vervangen door goedkope zzp’ers.
  • Een rol van vakorganisaties bij de vaststelling van arbeidsvoorwaarden ZZP-ers.
  • Belasting- en premieafdracht voor zzp’ers die vergelijkbaar is met die van werknemers
  • Vrijheid voor zzp’ers om zelf werk te kiezen en de invulling te bepalen

Deze doelen kunnen relatief eenvoudig worden bereikt als de twee soorten arbeid worden onderscheiden waarvoor een ZZP-er kan worden ingezet:

  1. Werk dat normaliter door een werknemer in loondienst wordt uitgevoerd. Hierbij kan niet worden voldaan aan de modelovereenkomst. Dit zijn ‘werknemersuren’ van de ZZP-er
  2. Uitvoering van een opdracht met een kop en staart, als ondernemer dus, ofwel er kan worden voldaan aan de modelovereenkomst en aan de eisen die de fiscus stelt aan ondernemerschap.
    Bij de belastingaangifte moet de zzp’er per gewerkt uur aangeven om welk van deze twee soorten het gaat.

Werknemersuren van de ZZP-er in de praktijk
Dit onderscheid tussen werknemersuren en ondernemersuren voorkomt dat de zelfstandig ondernemer inzetbaar is als goedkoop alternatief voor werknemers als een koppeling wordt gemaakt met de arbeidsvoorwaarden van werknemers in loondienst. Er geldt een uurtarief dat minimaal gelijk is aan de loonkosten van werknemers. Dat wil zeggen: gekoppeld aan het cao-loon met daarin verwerkt de uitgaven voor vakantiegeld, verlofdagen en werkgeverslasten zoals sociale premies en het werkgeversaandeel voor de pensioenpremie. Op deze manier zijn de starttarieven voor zzp’ers die werknemers vervangen eenvoudig te berekenen en zelfs vast te leggen in cao’s naast de bekende salarisschalen. Sociale partners spelen daarbij dus een belangrijke rol.

Welke fiscale spelregels horen hierbij?

  • De fiscale zelfstandigenaftrek van zzp’ers komt (deels) te vervallen
  • De belastingdienst int belasting en premies over de werknemersuren van de zzp’er.

Een zzp’er die een opdracht aanneemt als ondernemer en/of als het werk voldoet aan de normen van de modelovereenkomst DBA, wordt geacht die uren zelfstandig uit te voeren. Wie aan dit criterium voldoet, wordt door de fiscus uiteraard niet gezien als een werknemer.

Voordelen
De ZZP-er kan al het werk aanvaarden zonder zich af te vragen of hij niet in overtreding is. Doet hij werk dat voldoet aan de eisen van de modelovereenkomst DBA dan is hij werkzaam als ondernemer. Zo niet dan geldt een uurtarief gekoppeld aan de cao en moet de ZZP-er daarover belasting en premies afdragen aan de fiscus.
Dat vraagt van vakorganisaties om flexibiliteit in arbeid te accepteren en de kans te grijpen een rol te kunnen spelen bij de arbeidsvoorwaarden voor deze groeiende groep werkenden. Met de voorgedragen oplossing blijft onze arbeidsmarkt flexibel, maar zonder de scherpe randjes uit de voorbije jaren.