Artikel in het Algemeen Dagblad: Ayoub had pijn: ‘Wat denk je dan?’

Dit artikel is 24 november verschenen in het Algemeen Dagblad.

De spelers van FC Utrecht zijn rolmodel in de landelijke campagne Sterker op het Werk van hoofdsponsor Zorg van de Zaak. ,,Kom dichter bij. Ik ben Marokkaan, maar bijt niet.”

De openheid van de spelers van FC Utrecht over heikele onderwerpen als pesten, discriminatie en presteren onder druk moet managers in het bedrijfsleven aansporen deze items meer bespreekbaar te maken.

Terwijl zijn toehoorders – vooral veertigers en vijftigers met een leidinggevende baan – in de Velox-zaal van Galgenwaard verzanden in een oeverloze discussie over wat nou precies de definitie van discriminatie is, neemt Yassin Ayoub hen mee in zijn levensverhaal.

Hij verhaalt over het moment dat hij als vijfjarig jochie vanuit Marokko in Amsterdam-Noord belandde. ,,Ik was vijf. Sprak de taal van hier niet. Gelukkig had ik een Marokkaanse docent die me begreep. Maar er werd vooral over me, in plaats van met me, gepraat door klasgenoten. Dat deed soms pijn, wat denken jullie dan? Ik heb qua discriminatie genoeg meegemaakt. En soms snapte ik het wel, want met mij viel niet te communiceren. Uiteindelijk had ik door dat aanpassen en snel de taal leren de manieren waren om gerespecteerd te worden.”

Groepsvorming
En tegelijk, zegt hij, heeft hij niet de illusie dat discriminatie ooit zal verminderen. ,,Mensen beoordelen elkaar op huidskleur of op het geloof. Of op de persoon die ze denken dat je bent, terwijl ze je niet kennen. Het is mensen eigen. Je ziet iemand en denkt iets over hem of haar. Marokkanen doen dat ook, hoor. We hebben Berbers, Arabieren en mensen die wat donkerder zijn. Ook zij praten en oordelen over elkaar. En hoe.”

Richting een kalende manager op rij 1: ,,Als ik u zie, denk ik: ‘Erik ten Hag’. Maar misschien bent u heel anders. Wat ik ermee wil zeggen: de beste manier om vooroordelen weg te nemen en discriminatie te voorkomen, is met elkaar praten. Leer iemand kennen. Dan zul je zien dat je elkaar meer respecteert.”

In de voetbalwereld is het niet anders, zegt Ayoub. ,,Ook bij ons zoeken jongens met dezelfde kleur en hetzelfde geloof elkaar op. Groepsvorming heb je altijd. Maar je moet wel open staan voor anderen en elkaar respecteren. Ik praat met iedereen. Leer van iedereen. De Duitse jongens bij Utrecht showen me hoe je ├ęcht moet trainen in het krachthonk.” Lachend: ,,En wat ik leer van onze Surinaamse jongens? Dat het soms heerlijk is om even lui te zijn.”

Kwinkslagen
Het is Ayoub ten voeten uit. Hij strooit met kwinkslagen, zodat heikele onderwerpen bespreekbaar worden. Iets waar zijn publiek meer moeite mee heeft. ,,Kom maar naar voren, hoor. Ik ben Marokkaan, maar bijt niet”, zegt hij tegen een tweede groep managers, die vooral angstvallig de achterste rijen bevolkt na binnenkomst.

Een zaal verder vertelt aanvoerder Willem Janssen over zijn ervaringen met een mental coach. Janssen zocht hulp, omdat hij vroeger voor wedstrijden uit het zicht van anderen overgaf. De wedstrijdspanning werd hem vaak te veel. ,,Sinds ik erover praat is dat 180 graden gedraaid. Ik dacht dat het abnormaal was. Later kwam ik erachter dat ook topmanagers ermee te maken krijgen. Dat wegduiken of je ziek melden niet de oplossing is. Erover praten wel. Nu doe ik dat met jonge spelers. Het geeft een kick dat ik mijn probleem overwonnen heb. Dat maakt het leven veel makkelijker, kan ik jullie zeggen.”