Aandacht voor chronisch zieken betaalt zich terug

Dit artikel is september 2016 verschenen in Arbo Rendement.

Maar liefst een vijfde van de beroepsbevolking heeft een chronische ziekte. Vaak is de werkgever niet op de hoogte. Dat is zonde, want ook al verschijnen deze werknemers gewoon op het werk, met de juiste aanpassingen kunnen ze soms beter presteren. Vaak zijn het goed gemotiveerde mensen waar de werkgever graag mee werkt.

U zult het niet altijd beseffen, maar ook uw organisatie heeft chronisch zieke werknemers in dienst. Het belang van aandacht hiervoor groeit, want het aantal chronisch zieken in Nederland neemt gestaag toe: van ruim vijf miljoen in 2011 tot zeven miljoen in 2030, aldus demografen. Ondanks hun aandoening komen ze elke ochtend trouw op het werk, zelfs al is er niets speciaal voor hen geregeld. Dat is vaak ook niet nodig. maar als het wel nodig is, is het een gemiste kans. Want met de juiste aanpassingen, kunnen chronisch zieken prettiger en langer gezond werken. Maar alleen als uw werkgever zelf ook het goede voorbeeld geeft.

Signaal
Afgelopen jaar vertelde een directeur van een groot bedrijf tijdens een Personeelsbijeenkomst over zijn zieke kind. Daarbij sprak hij vrijelijk over aanpassingen op het werk die hij daarvoor nodig had, zoals flexibele werktijden. Het signaal dat hij daarmee gaf, was duidelijk: als de baas ruimte neemt voor zijn privézorgen, dan mogen werknemers dat ook. Dat is nodig, want honderdduizenden werknemers gaan elke dag ziek naar hun werk. Ze zijn chronisch ziek, zonder dat werkgevers het in de gaten hebben. Dat komt doordat het vaak aandoeningen zijn die niet in het oog springen, zoals diabetes, artrose of zelfs chronische kanker. Veel chronisch zieken kunnen werken en doen dat dan ook. De schatting is dat een half miljoen tot anderhalf miljoen chronisch zieken een baan hebben. Maar hoe vitaal ze ook lijken, hun aandoening heeft invloed op hun inzetbaarheid. Meer dan de helft wordt beperkt in het functioneren. Zo zijn sommigen vaker vermoeid, moeten ze medicijnen nemen in werktijd, kunnen ze bepaalde handelingen niet goed uitvoeren, kunnen ze het tempo niet aan of hebben ze meer moeite om informatie te onthouden en te verwerken.

Resultaten
Omdat mensen langer doorwerken, neemt ook het aantal chronisch zieken onder de beroepsbevolking toe. De vraag is of de werkgever daar iets mee moet. Het antwoord is ja. Zonder aanpassingen leveren chronisch zieken niet de prestatie waar hun werkgever van uitgaat. Daardoor kunnen resultaten achter blijven, worden deadlines niet gehaald en kan de kwaliteit van producten, diensten en service tekort schieten. Presenteïsme, zoals ziek zijn op het werk wordt genoemd, veroorzaakt meer schade dan ziekteverzuim (zie ook het kader hiernaast). Op het eerste gezicht is dit reden genoeg om geen chronisch zieken aan te nemen. Dat is echter onmogelijk. Veel sollicitanten vertellen niets over hun gezondheid, zeker niet als ze niet lekker in hun vel zitten. Zij vrezen hun kans op werk te vergooien als zij hun chronische ziekte opbiechten. Eenmaal in dienst blijven ze zwijgen, zo signaleerde de SER, uit vrees mikpunt te worden van collega’s en bazen die chronisch zieken niet serieus nemen. Zo blijven chronische aandoeningen onder de radar.

Achterhouden
Het achterhouden van deze informatie lijkt oneerlijk, maar dat is het niet. Sollicitanten zijn niet verplicht om de werkgever te informeren over hun welzijn. Pas als hun inzetbaarheid invloed heeft op de gezondheid en de veiligheid op de werkvloer, moeten sollicitanten dit aangeven, zo staat in de Wet op de medische keuringen (WMK). Ook als ze eenmaal aan het werk zijn, hoeven ze niets te zeggen over hun chronische ziekte. Alleen als ze door ziekte uitvallen moeten ze dat melden, net als elke zieke werknemer. Maar de aard van het verzuim hoeven ze niet te vertellen, die informatie delen ze met de bedrijfsarts. Vragen naar de gezondheid van een sollicitant mag niet, dat verbiedt de WMK.


Er valt nog veel te winnen op de werkvloer
Wereldwijd zijn de gevolgen van zieke werknemers op de werkvloer – het zogenoemde presenteïsme – in kaart gebracht. De Franse consultant Matthieu Poirot van Modori Consulting stelt dat de omvang van presenteïsme 6% tot 9% bedraagt. In Nederland kwam TNO tot de conclusie dat 60% van de werknemers een of meerdere dagen naar het werk gaat terwijl ze daar eigenlijk te ziek voor zijn. Andere onderzoeken hebben de schade van presenteïsme in kaart gebracht. Duits onderzoek (Booz & Company) wees uit dat de kosten van verzuim per werknemer € 1.200 per jaar bedragen, terwijl de kosten van presenteïsme bijna € 3.000 per werknemer per jaar zijn. Het Briste Sainsbury Centre for Mental Health komt op € 710 per werknemer per jaar, tegen € 400 per werknemer per jaar door ziekteverzuim. Overigens keken deze onderzoekers uitsluitend naar de schade die voortvloeide uit psychische en mentale aandoeningen.


Vindt uw werkgever het toch belangrijk om te weten of hij gezonde krachten aanneemt, dan kan hij hen onderwerpen aan een aanstellingskeuring. Die is echter alleen toegestaan als de veiligheid op het werk in het geding is. Bij de meeste banen is dat echter niet het geval. Wat wel werkt, is om serieus rekening te houden met chronisch zieken op het werk. Veel werkgevers doen dat al. Zij hebben oprecht oog voor zieke medewerkers. Ook de bedrijfsarts neemt hun ervaringen en hun klachten serieus. Bijna de helft van de chronisch zieken ervaart deze aandacht als steun in de rug. Maar uit onderzoek van TNO blijkt dat chronisch zieken ook ondersteuning nodig hebben die ze nog belangrijker vinden. Vooral aanpassing van het werk en van de werkomstandigheden. Het meeste nut hebben zij van maatregelen die de werkdruk verminderen. Dat kunt u bereiken met flexibele werktijden, frequentere pauzes en aanpassing van het takenpakket.Vreemd genoeg zijn dit nu juist de aanpassingen die werkgevers het minst vaak aanbieden, terwijl ze betrekkelijk eenvoudig te realiseren zijn. Ongeveer een kwart van de aanpassingen betreft flexibilisering van het werk. Bij veel bedrijven is hier nog een inhaalslag mogelijk.

Bedrijfshulpverlener
Maar er kan nog meer gebeuren. Stimuleer medewerkers met een chronische aandoening om open te zijn over wat zij ervaren op en buiten het werk. Moedig hen aan om samen met collega’s ideeën te bedenken voor aanpassingen die chronisch zieken helpen. Train leidinggevenden in het herkennen van signalen van chronisch zieken en leer hen hoe ze regelmatig het gesprek hierover kunnen aangaan op de werkvloer. En zorg tenslotte dat bedrijfshulpverleners (BHV’er) geschoold worden in hulpverlening aan chronisch zieken op het werk. Wat te doen als een collega bijvoorbeeld een epileptische aanval krijgt? In zo’n geval is het goed als de BHV’er op de hoogte is. Deze aanpassingen maken de organisatieniet alleen vitaler en productiever, maar ook aantrekkelijker op de arbeidsmarkt. Vooral de jonge generatie heeft dit sociale aanpassingsvermogen hoog in het vaandel staan. Een flexibele organisatie die dat praktiseert, is weerbaar, eigentijds en wat minstens zo belangrijk is, menselijker.

Cobi Wattez is arbeid- en organisatiepsycholoog van Zorg van de Zaak
e-mail: cobi.wattez@zorgvandezaak.nl
tel: (06) 49 34 45 68